Heleen van Wiechen

Furievriendin

Mei

2012

 

De Furie experimenteert met opera

Utrechts Nieuwsblad, april 2000:

 

“...Deze voorstelling moet het dan ook meer hebben van het uiterlijk vertoon: de aankleding, het spel, de regievondsten en de muziek, dan van de inhoud...”

 

l Barbiere di Siviglia

Verraste de jonge ambitieuze theatergroep de Furie vorig jaar in het amateur-circuit met een bijzondere bewerking van Albee’s ‘Who’s afraid of Virginia Woolf’ dit keer komt de groep met iets totaal anders: een theaterbewerking van Rossini’s opera Il Barbiere di Siviglia.

Zo zwaar de inhoud van Virginia Woolf, zo nietszeggend is het verhaaltje van deze opera en zo sober als de uitvoering vorig jaar was, zo uitbundig pakt de groep dit jaar uit. Zichzelf en het publiek blijven verbazen en uitdagen. Dat heeft de in 1997 opgerichte zichzelf dan ook ten doel gesteld. De zes spelers zijn stuk voor stuk uitgedost in prachtige kleurrijke kostuums met knalrode. –blauwe, -groene en –paarse pruiken: creaties van Annemarie Huinink. Deze voorstelling moet het dan ook meer hebben van het uiterlijk vertoon: de aankleding, het spel, de regievondsten en de muziek, dan van de inhoud, zegt regisseur en artistiek leider Frans-Jan Snelders.
Il Barbiere di Siviglia gaat over Graaf Almaviva die zich met behulp van de plaatselijke barbier Figaro in alle mogelijke bochten en vermommingen wringt om zijn grote liefde Rosina het hof te maken. Ook Rosina’s voogd, dokter Bartolo wil het meisje trouwen vanwege haar erfenis. “Dit is een experiment. We wilden kijken wat we met zo’n plat kluchtachtig stuk konden doen”, zegt Snelders.
Samen met de Utrechtse toneelschrijfster Brick de Sain en theatervormgeefster Annemarie Huinink heeft hij het originele libretto vrijelijk bewerkt in een poging een mengeling tussen toen en nu te bewerkstelligen. Sommige rollen zijn subtiel gemoderniseerd, het happy end is geschrapt en sommige teksten zijn wat alledaagser gemaakt. Verder speelt Snelders met verschillende theaterstijlen: mimische scènes met enkel muziek, worden afgewisseld door monologen, drukke groepsscènes en zang. Hoewel de uitbundige uitdossingen, de vaak groteske speelstijl en enkele hilarische playbackscènes soms anders doen vermoeden, is het niet Snelders’ bedoeling geweest een parodie op de opera te maken. Daarvoor vindt hij sommige monologen en zeker ook de muziek veel te mooi. Deze elementen heeft hij in zijn bewerking dan ook grotendeels intact gelaten.

 

 





Naar boven!