Heleen van Wiechen

Furievriendin

Mei

2012

 

(Niet) zeggen wat je denkt in Schlemiel

Utrechts Nieuwsblad, 4 april 2001:


“...Hilarisch is bijvoorbeeld de bedscène van Frank en Hannah. Hannah fantaseert ondertussen dat ze wordt verkracht door drie vuilnismannen, terwijl Frank z’n hele ‘kaartenbak’ in z’n hoofd naloopt...”

 

 

Schlemiel

Je nodigt iemand uit en je denkt: ‘Ik hoop dat’ie nee zegt,’ maar je zegt: ‘Je bent welkom’.
Je ergert je aan het stomme gedrag van je vrouw. Je denkt: ‘Stomme koe’, je zegt: ‘Liefje’
Je denkt: ‘Het eten is niet te vreten’, je zegt:’Het was heerlijk’. Niet zeggen wat je denkt.
Hoe heerlijk herkenbaar. De schone schijn ophouden. Daarover gaat Schlemiel, de eerste voorstelling in de reekst 4xBerkoff van de Utrechtse Theatergroep de Furie.

‘Schlemiel is een studie naar de gevolgen van angsten, van het knagende gezever dat je uit je slaap houdt’, schrijft Berkoff in het voorwoord van het stuk, dat hij in 1987 schreef. ‘Als we slechts de gedachten van ons achterhoofd konden uitspreken, hoeveel waarheidsgetrouwer zou onze communicatie dan zijn? We zijn als ijsbergen die langzaam door het leven bewegen en zelden, als het al gebeurt, tonen en onthullen wat eronder zit.’ Schlemiel toont die gedachten wel. Niet dat de mensen in het stuk zeggen wat ze denken, maar het publiek hoort wel wat ze denken. Een verteller (een geweldige rol van Marco Oude Moleman) laat steeds de gedachten van een ander personage horen.
Hoofdpersonen in Schlemiel zijn Frank en Hannah, een joods echtpaar. Hij is verkoper van stoffen en moet ‘kruipen voor een paar rotcenten’. Zij is huisvrouw. Beiden zijn ongelukkig met hun bestaan en met elkaar. We zien het echtpaar – met moeite – de schijn van een gelukkig gezin ophouden als Ed, een collega van Frank, op bezoek komt. Ed is net gescheiden, ongelukkig en eenzaam maar ook hij houdt de schijn van een boeiend leven op. En dan is er nog de boerende bejaarde moeder van Hannah en Max, de arrogante groothandelaar aan wie Frank zijn stoffen probeert te slijten.
Frank zou Max wel eens flink de waarheid willen zeggen, maar hij durft niet. Max speelt de playboy, maar hij is bang dat hij ‘m niet meer overeind krijgt. Hannah haat Frank en haar huwelijk, maar ze is bang voor de eenzaamheid. Angsten lopen als een rode draad door de voorstelling. Angst voor het moment, voor de foute keuze…zou ik, zal ik, had ik maar… Het is uiteindelijk Hannah die ophoudt een schlemiel te zijn. Daarvoor was een verrassende oorzaak en haar actie krijgt een minstens zo verrassend vervolg.
De eenzaamheid en het ongelukkig zijn van vrijwel alle personages maakt het stuk droevig, maar gelukkig valt er genoeg te lachen. Hilarisch is bijvoorbeeld de bedscène van Frank en Hannah. Hannah fantaseert ondertussen dat ze wordt verkracht door drie vuilnismannen, terwijl Frank z’n hele ‘kaartenbak’ in z’n hoofd naloopt: ‘dat kipje in de bus die steeds maar d’r benen over elkaar doet… dat meisje dat op het strand naar me glimlachte.’ Maar wat doet Ed ineens in mijn fantasie? De taal van Berkoff is recht voor z’n raap, wat de soms flinke lappen tekst toch gemakkelijk verteerbaar maakt. Het spel draagt daar uiteraard ook toe bij, net als de originele regie- en decorvondsten, zoals het gesjouw met en rond de tafel, die in een handomdraai veranderd in een bed.

 

 

 

 





Naar boven!