Shakespeare met Hanenkam en kant
Utrechts Nieuwsblad, 29 okotber 2002:
“...Ook in Richard III pakken makers en spelers weer flink uit en daarbij blijft er weinig over van een traditionele rolbezetting of décor...”
Richard III
De Utrechtse theatergroep de Furie maakte van Shakespeares koningsdrama Richard III een eigenzinnige en bijzondere lustrumvoorstelling.
Wie denkt aan Richard III, één van de historische koningsdrama’s van William Shakespeare, denkt waarschijnlijk niet gelijk aan kleurrijke hanenkammen. Eerder aan een roes en kant van de zestiende eeuw waarin dit gewelddadige en bloederige koningsdrama zich afspeelt.
Maar in de bewerking van de Utrechtse theatergroep de Furie zijn zowel de zestiende als de twintigste eeuw aanwezig. Niet alleen in de kostuums, maar in de hele voorstelling wordt de tijd van Shakespeare verweven met moderne vormen. Zo is bijvoorbeeld de taal van deze voorstelling een mengeling van de Nederlandse vertaling van Gerrit Komrij en hedendaags Engels uit de ruwe vertaling van Tom Lanoye. Richard III gaat over de gebochelde en gewelddadige ‘Risjaar’, lid van één van de rivaliserende koninklijke families van Engeland. In zijn ambitie om de troon te bemachtigen, bedient hij zich van manipulatie, verraad en moord. Nietsontziend ruimt hij iedereen uit de weg, zelfs zijn eigen familie.
De Furie koos dit gewelddadige Shakespeare-drama ter ere van haar vijfjarig bestaan. In die vijf jaar maakte de ambitieuze theatergroep tien producties, waarbij klassieke stukken werden afgewisseld met moderne. Constante factor in alle producties was echter steeds de eigenzinnige bewerking van regisseur Frans-Jan Snelders en een bijzondere vormgeving. Ook in Richard III pakken makers en spelers weer flink uit en daarbij blijft er weinig over van een traditionele rolbezetting of décor. Zo is er in Richard III “op z’n Furieaans” niet één Risjaar, maar spelen alle zestien spelers afwisselend alleen, met meerderen en soms zelfs allemaal tegelijk de mismaakte machtswellusteling. Mét kleurrijke hanenkam én klassiek kant..”